De Britten verlaten deze maand de Europese Unie.

In Grand Hotel Europa lezen we “Ik denk niet dat ik buiten Europa kan leven.” (Arbeiderspers 2018, 3e druk p535.) Aan het woord is het alter ego van Ilja Leonard Pfeijffer.

Wat te denken van de tekst waarmee de schrijver vervolgt?

Ik geloof dat ik denk dat ik dat wel zeker weet. In Europa, waar (1) het enige wat men zeker weet is dat men moet geloven in het denken, waar in de loop van de lange, vermoeide geschiedenis al zoveel definitieve oplossingen zijn uitgeprobeerd dat men van problemen is gaan houden, waar (2) men bij gebrek aan een overtuigende rechtvaardiging voor daadkracht waarde hecht aan stijl, waar zowel het snobisme als de ironie is uitgevonden, waar (3) littekens mooi zijn omdat ze voorzichtig maken, waar in naam van idealen zoveel bloed is gevloeid dat men eisen is gaan stellen aan idealen, waar (4) men sinds het gekwek tweeënhalfduizend jaar geleden is begonnen rond de Egeïsche Zee nog altijd geen overeenstemming heeft bereikt over de definities en uitgangspunten voor een zinvolle discussie over het schone en het goede en de waarheid, waar (5) twijfel religie is, waar meer filosofen wonen dan obers om hen te bedienen, en meer dichters dan lezers, waar (6) elk landschap, elk stadsgezicht en de wangen van elke vrouw zijn gerijpt achter craquelé, waar verleden tastbaar is als steen en straten leesbaar zijn als een palimpsest, waar namen echo’s zijn, waar alle wereldrijken van weleer zijn gepasseerd als seizoenen, waar (7)alles al vele malen eerder veel beter en mooier is geweest dan nu, en waar het welbeschouwd verdient zou zijn om uit te rusten van al het werk dart erin is gaan zitten om de analen van een geschiedenis van millennia zo overdreven gedetailleerd vol te schrijven, daar kan ik ademen en liefhebben.

(8) Als ik patriottistisch moet zijn, wil ik een paradoxale patriot zijn van het vervallen mozaïek van kinderachtig verdeelde landjes tussen de Atlantische Oceaan en de Oeral, waar patriottisme al zoveel graven heeft gedolven dat het geen deugd meer is. Ik wil een patriot zijn van de Europese Unie, die dag in dag uit worstelt met achterhaalde deelbelangen en moedig blijft worstelen. (9) Niemand houdt van de Europese Unie, maar ik wel. Ik houd van de poëtische traagheid en de kloekmoedige taaiheid waarmee dit wereldwonder van complexiteit en compromissen wordt vormgegeven. De bouw van de dom van Milaan duurde ook vierhonderd jaar. (10) En terwijl Europa in de jacht naar economische groei, vooruitgang en toekomst zit vastgeklonken aan zijn verleden, als een sprinter die, met een springveer vastzit aan het startblok, en aan alle kanten wordt voorbijgestreefd door de rest van de wereld, geef ik Europa gelijk dat het weigert zijn verleden lost te laten omdat wortels belangrijker zijn dan bestemmingen. Laat de wereld lemmingen zijn, dan zijn wij een kromgetrokken pijnboom. En in de schaduw van die pijnboom, waar in de loop der eeuwen al zoveel dichters hebben gezeten daar kan ik schrijven.”

Annemiek